Als ik ergens lees dat iemand zijn hond haring geeft, dan is het eerste wat in mij opkomt: welke haring bedoel je precies? Want de één bedoelt vaak iets heel anders dan de ander.
Een “gewone haring” is vaak de haring zoals wij Nederlanders die kennen: rauwe haring, vaak als Hollandse Nieuwe of maatjesharing. Maar dat is niet zomaar pure, onbewerkte haring. En precies daar begint voor mij het verschil al.
En mocht je nou zelf zin hebben in haring met uitjes. Het seizoen voor “Hollandse Nieuwe” begint ieder jaar weer rond juni. Dat blijft toch iets typisch Nederlands.
Waarom ik dan liever panharing geef
Op het forum Barfplaats zie je al heel lang dat mensen voor hun honden eerder panharing noemen dan gewone haring. Panharing wordt daar ook echt genoemd als beginnersvis, samen met sardien en horsmakreel. Daarnaast zie je op Barfplaats terug dat je voor de hond liever denkt aan ongepekelde, onbewerkte vis dan aan de haring zoals mensen die eten.
En dat past eigenlijk ook precies bij hoe ik naar voeding voor de hond kijk. Het liefst allemaal zo dicht mogelijk bij simpel blijven. Dus geen onnodige toevoegingen, vooral geen gedoe.
Gewone maatjesharing is namelijk een traditioneel bewerkt product. Na de vangst wordt die haring, afhankelijk van de verwerkingsmethode, aan boord gekoeld of ingevroren. Daarna wordt de haring gekaakt of ontkopt, droog gezouten of gepekeld en gerijpt. Alleen de precieze volgorde kan verschillen: soms wordt de haring eerst vers aangeland en later ingevroren, en soms gebeurt het invriezen al eerder. Dit alles maakt dat maatjesharing voor mij niet de meest logische keuze is voor honden.
Panharing is niet iets om gedachteloos te voeren
Ook panharing is niet automatisch iets wat je zomaar onbeperkt geeft. De ene hond doet het er geweldig op, terwijl de andere er misselijk van kan worden of wat zachtere ontlasting krijgt. Dat is ook niet zo gek, want haring is van nature een behoorlijk vette vis. En onder gunstige omstandigheden kan ongeveer een kwart van het lichaamsgewicht zelfs uit vet bestaan. Dat haring zo vet is, kan juist fijn zijn voor honden die wel wat extra voeding of reserve kunnen gebruiken, of wat ondersteuning voor huid en vacht. Tegelijk is het niet voor elke hond een lichte keuze, juist omdat zo’n vis zwaarder kan vallen in de vertering.
Voor mij voelt rauwe haring daarom als voedend, olieachtig, verwarmend en best zwaar. Dat past ook wel bij wat haring in de praktijk kan laten zien.
Daar komt nog iets bij: haring behoort tot de vissen waarin thiaminase voorkomt. Dat is een enzym dat thiamine afbreekt, oftewel vitamine B1. Vitamine B1 is voor honden een essentiële voedingsstof en een langdurig tekort kan serieuze klachten geven. Op Barfplaats zie je daarom vaak de praktische richtlijn terugkomen om vis onder de 10% van het totale menu te houden; voor veel honden wordt rond de 5% als een mooi uitgangspunt gezien, zeker als je binnen die vismomenten ook afwisselt in vissoorten.
Hoe zit het met haringworm?
In haring kan haringworm voorkomen. Daarom moet vis die bedoeld is om rauw of bijna rauw gegeten te worden, eerst ingevroren zijn geweest. Die worm overleeft bevriezen namelijk niet. En juist daarom is haringworm in rauwe vis uit de verkoop in de praktijk nog maar zelden een probleem: die vis heeft namelijk vooraf al een verplichte vriesbehandeling gehad. De haringworm kan zelfs nog een tijd zout en zuur overleven, maar invriezen overleeft hij niet. Het gaat er dus niet zozeer om “er zit nooit haringworm in”, maar vooral om het feit dat het door invriezen in de praktijk nog maar zelden een probleem is.
Hoe ik panharing aan Basic geef
Ik heb Basic altijd twee keer per week vis gevoerd. Meestal is dat panharing, en soms vervang ik één van die momenten door zalm. De vis geef ik niet los als complete maaltijd, maar naast zijn maaltijd die bestaat uit vleesbot, spiervlees en wat groenten. Vis is hierin voor Basic dus een extraatje.

Klein verhaaltje tussendoor: ik vergeet nooit meer dat ik Basic voor het eerst een panharing gaf. Hij was 9 weken oud. Hij at eerst de kop eraf en slikte vervolgens die hele panharing door alsof het niks was. Ik schrok me dood! Besef even: dit was mijn eerste hond op rauwe voeding. Ik vond dat dus echt niet grappig om als leek mee te maken. Maar dit valt dus blijkbaar onder normaal, geen reden tot paniek, maar wel goed om te weten dat zoiets dus kan gebeuren.
En hoe zit het dan met kleine hondjes?
Dat is dan zo’n vraag die ik zelf logisch zou vinden om bij stil te staan, want een kleine hond geef je natuurlijk niet automatisch dezelfde porties als een grotere hond. Al is het alleen al om bij jezelf een hartverzakking te voorkomen.
Op Barfplaats zie je vooral praktijkvoorbeelden in plaats van één strakke tabel. Zo wordt er bijvoorbeeld een hond van 8 kilo genoemd die een halve panharing per week krijgt, ongeveer 150 gram. Een kleine hond heeft natuurlijk geen grote-honden-portie nodig. Voor de allerkleinste hondjes kun je de vis eventueel even malen.
Dus waarom panharing en geen gewone haring?
Het antwoord is heel simpel: omdat niet elke haring hetzelfde is.
Als ik vis geef, dan wil ik liever een vorm die zo min mogelijk bewerkt is. Niet het woord vis is beslissend, maar de vorm, de hoeveelheid en vooral wat jouw hond ermee doet. Gewone maatjesharing is een traditioneel bewerkt product, terwijl panharing in de rauwe voedingswereld juist wordt gezien als de meer pure, ongezouten keuze voor de hond.
Voer haring dus niet blind omdat het “gezond” klinkt.


