Pindakaas voor honden: waarom ik het oversla

Pindakaas.. het is zo’n typisch potje dat bij veel mensen in de kast staat. In de tijd dat ik nog werkte in de sportschool was dat echt mijn “healthy snack” (dacht ik). En ja: ook veel honden vinden het ge-wel-dig. Vroeger zag ik het vaak op foto’s en filmpjes op Facebook en instagram voorbij komen: zo’n Kong die dan helemaal volgesmeerd was met pindakaas. Tegenwoordig zie ik het ook wel eens voorbij komen als likmat-vulling, of gewoon “omdat het kan”.

Toch heb ik pindakaas nooit gezien als voer voor honden. En Basic heeft na 13 jaar nog nooit pindakaas geproefd (ik voel me bijna een loedermoeder), en dat heeft een reden.

Ik wil je trouwens met deze blog echt niet vertellen wat je moet doen. Ik wil je alleen maar leren kijken: wat geef je precies, waarom geef je het en past het wel bij jouw hond? Want bewust voeren gaat niet over “nooit dit” of “altijd dat”. Het gaat over timing, hoeveelheid, kwaliteit en de signalen van je hond.

Is een pinda eigenlijk wel een noot?

Goed, de pinda (ook wel aardnoot of grondnoot genoemd) is technisch gezien geen noot. Hij hoort bij de peulvruchtenfamilie, net als linzen en bonen. En om het nog extra verwarrend te maken liggen ze ook nog eens in de supermarkt standaard tussen de noten.

Qua voedingswaarden lijken ze trouwens wel op noten: ze bevatten bijvoorbeeld vetten, eiwitten en mineralen zoals magnesium, zink en ijzer. Maar zoals bij veel voeding draait het niet alleen om wat erin zit. Het gaat er ook om hoe het wordt geproduceerd, verwerkt, bewaard.. en (niet geheel onbelangrijk) hoe jouw hond erop reageert.

De invloed van pinda’s op de darmgezondheid van je hond

Wat veel mensen niet weten, is dat pinda’s (net als andere peulvruchten) stoffen bevatten die bij sommige honden de darmen flink kunnen prikkelen. Ik zeg bewust: bij sommige honden. De ene hond kan dit prima hebben, de andere reageert meteen met rommelige ontlasting, jeuk, oorissues of een “onrustige buik”.

Ik noem dat soms gekscherend melodramatisch, maar je kunt het ook zien als een slim lichaam dat aangeeft: “dit is me teveel”.

De darmwand zie ik graag als een slimme grensbewaker: hij laat door wat nuttig is en houdt tegen wat je liever buiten de deur houdt, tenminste, als alles lekker werkt in het lichaam van je hond. Als die grensbewaker al onder druk staat (denk aan: stress, veel wisselen van voer, medicatie, een gevoelige spijsverteringsvuurtje), dan kan voeding die extra prikkelt soms dus net te veel zijn.

Saponinen en lectine-achtige stoffen (en waarom ik daar kritisch op ben)

Pinda’s bevatten van nature verschillende plantstoffen, waaronder saponinen en lectine-achtige stoffen. Dit zijn geen “gifstoffen” waar je bang voor hoeft te zijn, maar het zijn wel stoffen die bij een matig spijsverteringsvuurtje en gevoelige darmen extra prikkeld kunnen werken.

Stel je even voor dat die darmwand een muur is. Als die muur wat minder stevig is, kunnen er makkelijker dingen “doorkomen” waar het lichaam vervolgens op kan reageren. Dat klinkt niet gek toch? En als dat lichaam vervolgens ook nog eens meer “aan” gaat staan, zie je dat bij sommige honden terug in dingen zoals een rommelige ontlasting, een onrustige buik, vervelende huidreacties, problemen met de oren of jeuk.

Dit komt omdat de darmen niet alleen belangrijk zijn voor opname van voeding, maar ze spelen ook meespelen in hoe het lichaam om gaat met prikkels en stress.

Wat “doet” pindakaas energetisch?

Ik kijk niet alleen naar wat iets is, maar ook naar wat het in het lichaam doet. Pindakaas is voor mij grofweg:

  • zwaar en voedend (het bouwt op, maar kan ook “plakken”
  • vet en compact (kan vertering vertragen)
  • vaak wat verwarmend van karakter
  • en het kan bij sommige honden wat “slijm/kleverigheid” geven: meer smakken, meer geur, vollere ontlasting, traanoogjes.. of (vervelender) jeuk. Ik haat jeuk! Jeuk hoort niet. Jeuk is echt een symptoom heen kan(informatie) waar je dus niet om heen kan.

Hiermee wil ik dus niet zeggen: “pindakaas is slecht”. Het betekent voor mij wel: pindakaas is een krachtig dingetje. Een keertje kan prima, maar ik zou het niet automatisch dagelijks inzetten “omdat het kan”.

De schaduwzijde waar ik het meest op let: aflatoxine

Naast de “verteringshoek” is er ook nog iets anders wat voor mij zwaarder weegt: aflatoxine.

Aflatoxine: een stille (en vervelende) onzekerheid

Pinda’s kunnen besmet raken met een schimmel die een giftige stof aanmaakt: Aflatoxine. Deze schimmel, met de lastige namen Aspergillus flavus en Aspergillus parasiticis, groeit goed op gewassen zoals pinda’s, vooral als het warm en vochtig is. En dat is precies het lastige: je ziet het niet altijd, je ruikt het niet altijd, en je weet als consument meestal niet hoeveel er in jouw potje pindakaas zit.

En nu komt het serieuze probleem: Aflatoxine is een krachtige kankerverwekkende stof. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noemt het zelfs ‘genotoxisch’. Dat betekent dat het het DNA kan beschadigen en zo kanker kan veroorzaken, bij mensen én bij dieren.

Dit is voor mij persoonlijk een van de belangrijkste redenen waarom ik mijn hond geen pindakaas geef. Maar helaas is er meer..

Wat doet aflatoxine in het lichaam?

Aflatoxine is niet “zomaar” een gifstof. Het kan serieuze gevolgen hebben voor de gezondheid van je hond bij (te) hoge of herhaalde blootstelling, bijvoorbeeld:

  • Aantasting voor het immuunsysteem
    Aflatoxine kan het afweersysteem verzwakken, waardoor je hond gevoelig wordt voor infecties en ziektes.
  • Leverbeschadiging
    Van alle organen, zie ik de lever als het meest kwetsbaar. Aflatoxine kan de lever belasten en dat kan leiden tot schade of zelfs leverkanker, afhankelijk van de hoeveelheid en hoe vaak je hond eraan wordt blootgesteld.
  • Chronische ontstekingen
    Deze gifstof kan ook zorgen voor langdurige ontstekingsreactie in het lichaam. Dat lijkt misschien onschuldig, maar ontstekingen liggen aan de basis van veel chronische ziekten.

Ik schrijf dit niet om je bang te maken, maar om je te laten snappen waarom ik pindakaas liever oversla.

Dana Scott, hoofdredacteur van Dog’s Naturally Magazine, schreef in haar artikel “Is peanut butter safe for dogs?” waarom pindakaas volgens haar geen topkeuze is. Ze noemt o.a.:

  1. mogelijke aflatoxinen
  2. ongezonde vetten/onevenwichtige vetverhouding
  3. toegevoegde suiker (onnodig voor honden)
  4. mogelijke resten van glyfosaat (afhankelijk van teelt/bron)
  5. lectine die de darmen kunnen irriteren

Nu zou je kunnen denken: “Maar hier zijn toch regels voor?” Ja, dat klopt.

Wetgeving en ’toelaatbare’ hoeveelheden aflatoxine

Er zijn regels opgesteld voor hoeveel aflatoxine er maximaal in voedingsmiddelen mag zitten. In Europa werken ze met maximumwaarden en daar wordt ook op gecontroleerd. Dat is ergens geruststellend, want het betekend: er wordt serieus op gelet. Toch?

Tegelijk blijft het een gekkig idee dat je dus alsnog een beetje binnen kunt krijgen, zolang het maar “binnen de norm” valt. En eerlijk is eerlijk: ik snap het hoor. We leven nou eenmaal niet in een steriel laboratorium (al lijkt dat soms in Nederland wel zo, haha). Sommige dingen ontstaan nou eenmaal onderweg in de keten (teelt, opslag, transport). Alleen… aflatoxine valt wel in de categorie waarvan je liever zegt: hoe minder, hoe beter.

En bij dit soort stoffen voelt het voor mij ook niet als: “tot hier is het veilig, klaar.” Niet omdat je van één kruimel meteen omvalt, maar omdat het iets is waar het lichaam liever zo min mogelijk extra werk van heeft. Zeker bij een hond, die kleiner is en vaak sneller reageert. De dosis maakt de gif uiteindelijk.

Want ondanks die geruststellende gedachten blijven er voor mij belangrijke vragen open:

  • Hoeveel aflatoxine zit er nou écht in het product?
    Pindakaas is immers niet het enige voedingsmiddel waarin het kan voorkomen.
  • Is het ‘veilige’ potje pindakaas na aankoop nog wel veilig?
    Of is het in een mycotoxische bom (door warmte, vochtigheid en/of slechte opslag) veranderd?
  • Hoe weet ik hoeveel aflatoxine mijn hond al binnen heeft gekregen?
    Er is zo ver ik weet geen simpele manier om dat te meten. Daarnaast zijn honden kleiner en vaak gevoeliger dan mensen, dus hoeveel is dan nog “veilig”?
  • Wat is een aanvaardbare hoeveelheid voor een hond?
    En wanneer wordt het teveel?

Het eerlijke antwoord? Je weet het gewoon niet.

“Maar ik gebruik 100% natuurlijke pindakaas!”

En oprecht: dat vind ik een bewuste keuze. Geen suiker, geen palmolie, geen kunstmatige toevoegingen en vooral geen Xylitol (dat is echt een harde nee), dat is bewust nadenken en zoveel beter dan de gemiddelde pot. MAAR.. aflatoxine ontstaan niet door toevoegingen, maar door schimmels op de pinda’s zelf. Dus ook in 100% pindakaas kan dit theoretisch voorkomen.

Dat betekend niet dat elk potje pindakaas “fout” is. Het betekent wel: het argument “puur is altijd veilig” gaat hier niet helemaal op. Dus zelfs als je de meest ‘pure’ pindakaas kunt vinden, valt het ter heroverwegen of pindakaas wel thuishoort in de voedingspatroon van je hond.

Weet wel: ik ben niet “tegen pindakaas” als concept. Ik ben vóór bewust voeren, zonder regels maar met inzichten. Voor de meeste honden geldt: één keer een beetje is geen big deal, maar als vaste snack vind ik pindakaas vaak onnodig zwaar en ik hou niet van die onzekerheid rondom aflatoxine.

Subscribe To Our Newsletter

Subscribe to our email newsletter today to receive updates on the latest news, tutorials and special offers!

Subscribe To Our Newsletter

Subscribe to our email newsletter today to receive updates on the latest news, tutorials and special offers!