De hond als carnivoor

Een hond is geen omnivoor zoals wij en al helemaal geen herbivoor zoals koeien. Dat klinkt misschien bot, maar het wordt pas echt verwarrend als we gaan doen alsof brokken ineens de biologie hebben herschreven. De hond is gebouwd als vleeseter, klaar eigenlijk. Alleen… hij is óók flexibel en daardoor lijkt het soms alsof “alles kan”. Maar “alles kan” is niet hetzelfde als “dit past bij het lijf”.

Dus… wat is een hond dan wel?

Wat is een hond dan wel?

In mijn ogen is een hond een carnivoor met het vermogen om te overleven met andere voeding ipv rauw vlees. Of zoals je het ook wel noemt in nettere woorden: een facultatieve carnivoor (facultative carnivore). (En om de online verwarring meteen te tackelen: je ziet ook bronnen die de hond “omnivoor” noemen vanuit voedingskunde, omdat hij zich kan aanpassen en koolhydraten kan benutten. Ik kijk hier vooral naar bouw, vertering en wat ik in de praktijk terugzie). MAAR! omdat een hond kan overleven zonder rauw vlees houdt dit niet in dat dit bijdraagt aan een optimale gezondheid. Voor mij is rauw vlees daarom de basis, tenzij er een hele goede reden is om daarvan af te wijken. Een carnivoor is fysiologisch, anatomisch en genetisch gezien nou eenmaal primair afgestemd op dierlijke voeding om succesvol te kunnen leven als soort.

En omdat dit altijd de vraag oproept (en terecht): hoe zit het dan met planten en groenten?

Zo ver mij bekend is: als een dier structrueel een duidelijk deel van zijn voeding uit planten haalt, wordt het sneller richting omnivoor geplaats. Omnivoren zijn namelijk alleseters. De mens is een omnivoor. De lengte van het spijsverteringskanaal ligt tussen een carnivoor en een herbivoor. En nu hoor ik je denken ‘ja maar, je geeft jouw hond(en) toch ook groenten?! Maakt dat de hond dan geen omnivoor? Nou nee.. Een hond kan met onbewerkte groenten vaak maar weinig, zeker vergeleken met ons. Door bewerking (koken, pureren, fermenteren) maak je het pas “vriendelijker” voor het hondenlijf en dan nog blijft het voor mij een aanvulling, geen basis.

Wat maakt de hond een carnivoor?

Allereerst zegt het gebit voor mij al genoeg. Op basis van de vorm en functie kunnen we de gebitselementen van de hond onderverdelen in drie groepen: snijtanden, hoektanden en knipkiezen.

  1. Snijtanden – deze zitten voorin in de kaak en helpen de hond om vlees van het bot af te schrapen.
  2. Hoektanden – sterke, scherpe tanden tussen de snijtanden en kiezen, die de hond gebruikt om een prooi te vangen en vast te houden.
  3. Knipkiezen – deze bevinden zich achterin de kaak en zijn ontworpen om vlees en pezen te verscheuren.

Het volwassen gebit van een hond bevat 42 elementen: 12 snijtanden, 4 hoektanden en 26 kiezen.

Een typisch kenmerk van het carnivoren gebit is het schaargebit, waarmee de hond in staat is om vlees te knippen en te scheuren. De kaak beweegt vooral op en neer en niet zijwaarts, zoals bij herbivoren zoals koeien. Hierdoor kan een hond zijn voedsel niet fijnmalen zoals mensen of planteneters dat doen. Dus de hond kan wel kauwen en verkleinen, maar niet malen zoals een koe dat doet. En dat betekend ook: de echte vertering gebeurt niet in de bek, maar vooral verderop, in de maag. Deze anatomische eigenschappen zijn voor mij belangrijke aanwijzingen dat de hond van nature een vleeseter is.

Het spijsverteringskanaal

Het spijsverteringskanaal van een carnivoor, zoals de hond, verschilt sterk van dat van herbivoren. Het is korter, en de maag is veel zuurder. Dit hoge zuurgehalte is essentieel om rauw vlees goed te kunnen verteren en om schadelijke bacteriën, virussen en parasieten te doden voordat ze verder in het lichaam kunnen komen. Bij een hond die rauw vlees eet, blijft de maag vaak optimaal zuur, wat past bij zijn natuurlijke behoefte.

EN ja, het lichaam past zich aan. Ook aan brokken. Alleen… dat vind ik niet automatisch een winst. Brokken zijn verhit, sterieler en daardoor hoeft de maag soms minder “aan” te staan. Bij brokgevoerde honden lijkt de vertering zich aan te passen aan dat type voer. Tijdens het productieproces van brokken worden door verhitting veel bacteriën gedood, waardoor de maag minder actief hoeft te zijn bij het afbreken van potentiële ziekteverwekkers. Hoewel dit veilig lijkt, kan het een negatieve invloed hebben op het darmmicrobioom van de hond. Een gezonde darmmicrobioom is namelijk belangrijk voor een sterk immuunsysteem en goede vertering. En dat is voor mij ook meteen het punt: het gaat niet alleen om wat je voert, maar ook om hoe sterk de vertering op dat moment is.

Sommige honden verteren bijna alles, no problem. Andere honden hebben een gevoeliger systeem. Dit is, als je de constitutie weet van je hond, echt heel makkelijk te verklaren. Hierdoor zie je dus ook vaak dat droge, zware of sterk bewerkte voeding minder soepel valt. Niet omdat het “gif” is, maar omdat het simpelweg meer vraagt van het lijf.

Het internet

Ik ben me ervan bewust dat het internet vol staat met tegenstrijdige informatie over voeding voor honden. Maar eerlijk? Vaak is het niet eens echt tegenstrijdig, het is gewoon een andere bril. De één kijkt vanuit voedingsstoffen en biochemie, de ander vanuit constitutie, vertering en belastbaarheid. En de reguliere zorg kijkt vaak weer heel praktisch: wat zijn de symptomen (klachten), wat zien we, wat kunnen we meten en wat is er nu nodig om het stabiel te krijgen. En als je dat snapt, wordt het ineens een stuk minder verwarrend. Want anders word je echt knettergek van al die meningen.

Ik moet trouwens wel toegeven: ik ben dit pas gaan inzien toen ik me ben gaan verdiepen in meerdere vormen van gezondheidskennis. Ik ben gaan zoeken naar wat voor mij logisch voelt en wat aansluit bij mijn manier van werken. Ik heb altijd geloofd dat gezondheid niet zo moeilijk hoeft te zijn, ook niet toen ik dat zelf extra hard moest leren.

Hiermee wil ik zeker niet beweren dat ik de waarheid in pacht heb. Ik blijf gewoon fan van kritisch blijven: wat lees je, wie zegt het en wat zie je terug bij jouw hond? Vraag jezelf dus altijd af wat je leest, controleer de visie en doe altijd zelf gedegen onderzoek, maar wees ook helder over welk pad jij wilt bewandelen, anders blijf je maar rondjes draaien.

In mijn ogen is je gezonde boerenverstand vaak de beste gids, zowel voor de gezondheid van je hond als voor jezelf. Zoek, indien nodig, een expert die je vertrouwt op het gebied van gezondheid. Blijf kritisch, maar word er niet gek van. Kijk naar de logica achter het advies en niet naar wie het hardst roept.

Uiteindelijk vertelt je hond je meer dan internet ooit kan.

Mijn conclusie

De hond, een ware carnivoor (met flexibiliteit), is géén dier dat zich heeft ontwikkeld om sluipend op zijn doel af te gaan om vervolgens een gras sprietje te veroveren en geloof me, dat is hij ook nooit geweest. Ik begrijp als geen ander dat gemak de mens dient en dat brokken is ontstaan voor de mens en niet voor de hond, toch staat een menu zonder rauw vlees haaks op hoe het hondenlichaam gebouwd is.

Voor mij blijft het heel simpel: als je naar het hondenlichaam kijkt: gebit, spijsverteringskanaal en zelfs zijn metabolisme zijn optimaal afgestemd op een dieet van dierlijke eiwitten. Het vermijden van rauw vlees in zijn voeding doet dan ook geen recht aan zijn oorspronkelijke, natuurlijke levenswijze. De hond is perfect gemaakt voor het eten wat hij zou moeten eten…

En ik vind deze quote hieronder vooral een mooie reminder hoe snel “voeding” kan ontsporen zodra gemak en industrie het stuur overnemen:


“De mens is het ziekste schepsel op aarde; geen ander dier heeft de wetten
van de voeding zó geschonden als de mens.”


– Professor Arnold Ehret, natuurgenezer, filosoof, auteur en docent (1866-1922)

Subscribe To Our Newsletter

Subscribe to our email newsletter today to receive updates on the latest news, tutorials and special offers!

Subscribe To Our Newsletter

Subscribe to our email newsletter today to receive updates on the latest news, tutorials and special offers!