Welkom, mooi mens!
Wat leuk dat je hier bent. Dan ben je nieuwsgierig naar rauwe voeding voor je hond. Misschien ben je superenthousiast, misschien denk je: help… waar begin ik? Allebei is echt helemaal oké. Met Dollemaat wil ik vooral dit bij je terugleggen: jij kunt dit! Jij kunt gewoon een voedzame voerbak vullen, zonder stress, zonder paniek en echt.. het hoeft geen hogere wiskunde te zijn.
Ik zeg dat natuurlijk niet zomaar. Want ik heb met eigen ogen gezien hoe rauwe voeding de afgelopen jaren soms van “lekker logisch” veranderde in iets waar mensen onzeker van werden. In Amerika begon dat zo’n tien jaar geleden al: van die drukke, perfect gestylde voerbakken, helemaal Instagram-waardig, met eindeloos veel toppings en overal het label “superfoods”. Alsof het pas gezond is als het eruitziet als een regenboog. Ik dacht toen nog: wow, typisch Amerika dit. Maar pas de laatste paar jaar is het ook hier echt overgewaaid.
En toen kwam er steeds meer ‘moeten’ omheen te hangen: schema’s, tabellen, grafieken. Ik snap waar dat vandaan komt, mensen willen nou eenmaal goed doen. Dat is geen slechte eigenschap. Ik gebruik zelf ook richtlijnen denk aan percentages in vleesbot, spiervlees, orgaan, pens en groenten. En vooral bij het voeren van vleesbot wil je dat het klopt. Maar uiteindelijk blijft het voeding. Het mag meebewegen met je hond, met zijn vertering, zijn energie, zijn ontlasting en zelfs met het seizoen. Voor mij gaat het dus vooral om ritme, variatie en kijken naar je hond. Want rauw voeren mag juist weer iets worden waar je van vertrouwen van krijgt.
Back to BARF betekent voor mij: terug naar wat logisch is voor het hondenlichaam. Eenvoud. Rust. En leren kijken naar je hond, in plaats van verdwalen in meningen, trends en zogenaamde perfectie.
Ik snap die angst omtrent rauwe voeren trouwens ook: bacteriën, tekorten, wat als ik het fout doe? Maar honden zijn geen breekbare kristallen vaasjes. Hun lijf is gemaakt om dierlijk voedsel te verteren. Balans gaat niet over één perfecte dag, maar over het totaalplaatje, over tijd. Variatie helpt. Kwaliteit helpt. En jouw observaties zijn goud waard: energie, ontlasting, huid, vacht, geur, gedrag. Dat vertelt je vaak meer dan internetdiscussies ooit gaan doen.
En dan mijn favoriete reminder: less is more. Je hond moet zijn voer ook nog kunnen verwerken. Soms is iets toevoegen precies goed. En soms is het beste wat je kunt doen: niks extra’s. Rust in de voerbak geeft vaak ook rust in het lijf.
BARF staat trouwens voor Bones And Raw Food / Biologically Appropriate Raw Food: voeding die biologisch gezien past bij de natuurlijke behoefte van jouw hond. De term is bekend geworden door de Australische dierenarts Ian Billinghurst (van het boek Give Your Dog a Bone).
In Nederland gebruiken we BARF meestal als: zelf samengestelde rauwe, verse voeding. En dat stukje “zelf” vind ik dus zo belangrijk. Niet omdat kant-en-klaar per definitie slecht is, maar omdat zelf samenstellen je ruimte geeft om echt bewust te kiezen, in plaats van alleen te vertrouwen op marketing. Sommige merken proberen namelijk BARF te verkopen als “gemalen vlees en klaar”. Voor mij is dat niet waar BARF om draait. Rauw vlees is rauw vlees. BARF is het grotere plaatje: keuzes maken, variatie snappen en bouwen aan een simpele, kloppende basis.
BARF brengt je terug naar de basis.
Op Dollemaat neem ik je mee in mijn online keuken en in het leven daaromheen. Ik laat je zien hoe ik het zelf doe met mijn hond: wat ik voer, waarom, wat ik laat liggen en wat ik vervolgens bij hem terugzie. Zodat jij de basis snapt, je hond leert lezen en stap voor stap je eigen manier vindt. Niet alleen in voeding, maar ook in leefstijl en alles wat je hond op een dag te verwerken krijgt.
Ik werk met ritme, draagkracht en vertering als kompas.
Enjoy happy raw feeding – you got this. ❤️



